Weense wals

Weense Wals

Deze wals is omstreeks de 12e/13e eeuw ontstaan aan het hof. Hij werd door de rijken in de grote balzalen op de paleizen gedanst als er feest was. De Weense wals is oorspronkelijk van Duitse afkomst en werd in het begin ‘Duitse’ genoemd. Aan het eind van de 18e eeuw werd echter de naam ‘wals’ aan deze dans gegeven. De eerste echte walsmelodie dateert dan ook uit 1770, de ‘Auch du lieber Augustein’. Een ander naam voor de weense wals is de vlugge wals.

Hoe dans je deze dans?
Passen van de man:
Met rechts 1 stap vooruit over de hak.
Met links een klein stapje zijwaarts op de teen.
Met rechts aansluiten.
Met links 1 stap achteruit.
Met rechts een klein stapje zijwaarts op de teen.
Met links aansluiten.

Passen van de vrouw:
Met links 1 stap achteruit.
Met rechts een klein stapje zijwaarts op de teen.
Met links aansluiten.
Met rechts 1 stap naar voren over de hak.
Met links een klein stapje zijwaarts op de teen.
Met rechts aansluiten.

Danshouding:

De heer houdt zijn linkerhand ongeveer op oorhoogte in licht gebogen stand. De rechterhand van de heer gaat op de rug van de dame net onder haar linker schouderblad. De dame legt haar rechterhand op de linkerhand van de heer waarbij de vingers zich sluiten rond de hand van de heer. De linkerhand van de dame ligt op de bovenarm van de heer.

Dansrichting:

De man kijkt in de richting van de muur. De vrouw kijkt dus de zaal in. De passen worden in een vloeiende draaibeweging gedanst die nimmer stoppen. Zelfs bij het aansluiten van de voet wordt er in het bovenlichaam vanaf de heup door gedraait, om zodanig de draaihoeveelheid te verkrijgen. Het ritme van deze dans is stap-stap-sluit.